vrijdag 7 oktober 2011

Tallinn (7)

Een toerist die zich beperkt tot de 'bezienswaardigheden', merkt weinig of niets van de moeilijkheden waarmee het onafhankelijke Estland worstelt. In heel z'n geschiedenis tot voor de laatste WO, was het land amper 22 jaar onafhankelijk, en toen werd het door het Ribbentrop-Molotov pact heimelijk ingedeeld onder de Sovjet-Russische invloedssfeer. Nog voor de oorlog begon, trok het Sovjetleger het land binnen. Tijdens de oorlog werd het dan op de Sovjets veroverd door nazi-Duitsland, om aan het einde ervan terug bevrijd te worden door de oosterburen. De vele machtswissels met de ermee verbonden collaboraties en erop volgende repressie hebben diepe wonden geslagen. 
Doordat het land lang deel uitmaakte van het tsarenrijk en de Sovjet-Unie, heeft het nu een belangrijke Russisch sprekende minderheid (ca. 40%). Die is vrijwel onzichtbaar in het straatbeeld van het centrum van Tallinn.... tenzij op de enorme vlooienmarkt nabij het station. Daar proberen ze inkomen of pensioen wat aan te vullen met de verkoop van in de natuur geplukte kruiden, zelfgebreide sokken of bergen oude tweedehandsspullen. 
Ten westen van het station vind je nog authentieke buurten, o.a. de wijk met houten huisjes die in de jaren '30 zijn gebouwd voor de spoorwegarbeiders.
Balti Jaama Turg
Houten huizen - Kalamaja
Afscheid in de lege hotellobby

maandag 3 oktober 2011

Fotografie (5)

In het derde essay, 'The Heroism of Vision', filosofeert Susan Sontag in 'On Photography' over de stijlontwikkelingen in de fotografie en de wisselwerkingen met de andere beeldende kunsten.
In de eerste decennia van de vorige eeuw hadden de avant-gardisten nog een groots project: ze wilden een nieuwe manier van zien promoten: met een camera kon het Schone overal ontdekt en ontsloten worden, in het onooglijke, het banale, het microscopisch kleine, gewoon rondom ons, bijv. in het abstracte patroon van een koolblad, een knoestige boom of een machine. Als romantische kunstheld gelastte de fotograaf zich met een heroïsche didactische taak: ons 'zien' zuiveren, een nieuwe sensibiliteit voor, en sensoriële relatie met de wereld ontwikkelen. Sontag geeft aan hoe die heroïek samenging met een optimistische kijk op het moderne. 
Maar nu (in 1973) is het Schone, volgens haar, niet alleen 'opgebruikt' (alles is al eens gezien/getoond), de heroïsche taak is ook door het heersende pessimisme verpieterd tot een verwerpelijk soort gepopulariseerd surrealisme. Tegen de klassieke schoonheidscanon (de perfect afgedrukte mooi gecomponeerde foto) wordt geprotesteerd met toevallige snapshots, met het onaffe, het nonchalante, het onverzorgde, het wanordelijke - veelal in naam van de Waarheid, de ontmaskering van de wereld. De camera kan mild of wreed zijn - het resultaat is volgens Sontag telkens een vorm van esthetiek.
Maar ook op een dieper niveau wordt de fotografie gekenmerkt door paradoxen. Ze zou de hele wereld transformeren tot een warenhuis of een museum-zonder-muren, waar ieder onderwerp wordt gedevalueerd tot een verbruiksartikel, gepromoveerd als het wordt tot een item voor esthetische consumptie... En de inherent esthetiserende tendens van de foto tast elke mogelijke morele boodschap aan. Zo wordt de foto van de vermoorde Che Guevara ge-depolitiseerd door de mooie compositie, die bijv. doet denken aan Mantegna's dode Christus.
Deze ideeën reveleren m.i. belangrijke aspecten, maar in hun absoluutheid zijn ze heel uitdagend. Wat doe je ermee als amateurfotograaf? Toch niet je fototoestel weggooien?

donderdag 29 september 2011

't Avondt... (2)

...
stille en zonder ruit noch muit,
nijpt de nacht de dagkeerse uit.
(Idem)



zondag 25 september 2011

't Avondt... (1)

"'t Avondt, 't avondt: trage en treurig
zinkt de zonne nederwaard;
dwijnt het licht, en gaat er geurig 
reukwerk uit den roozengaard..."
(G.Gezelle., Rijmsnoer R 198)


't Avondt...voor de fotograaf het moment om bij het laatste milde avondlicht in actie te schieten.



woensdag 21 september 2011

Ruhrgebied (2)

Het hele gebied, groter dan je zou denken, wordt grondig aangepakt. Men wil blijvende verloedering vermijden. Veel kolen- en staalinstallaties krijgen een nieuwe bestemming: het Ruhr Museum is nu gehuisvest in een vroegere kolenwasserij; een kolengastank doet dienst als duikbassin; de Gasometer van Oberhausen met z'n immense binnenruimte is een tentoonstellingshal geworden; industriële ateliers worden omgevormd tot kunstenaars-ateliers; de terreinen worden opnieuw aangelegd als parken en sportvelden. 
En in Essen, weg van het roet en verroeste staal, vind je het prachtige Folkwangmuseum voor moderne kunst. Dat heeft op zijn beurt een prangende geschiedenis: het koopt nu, waar mogelijk, zijn voormalige collectie moderne kunst weer aan die het naziregime als 'entartete Kunst' van de hand deed.



Massief: Ruhr Museum

Strak: Gasometer Oberhausen

Etherisch: Folkwang Museum

zondag 18 september 2011

Ruhrgebied (1)

Het Ruhrgebied heeft naoorlogs industrieel erfgoed te over. De geur van kolenstof en de smook van hoogovens hangen er nog in de lucht. Een wirwar van stalen buizen, pijpen, vaten, schachten, schouwen, smalsporen, metalen trappen, stuurwielen,... dit lijkt wel Hephaestos' oersmidse geweest te zijn. Bij een bezoek gaan heel wat gedachten door je heen -  de regio is historisch zwaar beladen. Zacht uitgedrukt: niet àlles wat hier werd geproduceerd, kwam de mensheid ten nutte. Europa's industriële hart was bijwijlen ook het toneel van hevige sociale strijd. Het Ruhr Museum moffelt die aspecten echter niet weg.



maandag 12 september 2011

Fotografie (4) - 'Stuur dringend een nieuwe film'

Ik ben blij dat ik na de lectuur van Susan Sontag op het al vermelde boek van Susie Linfield gestoten ben - al ben ik geen fotojournalist (voor hen is het m.i. verplichte lectuur). Ben ik inderdaad enthousiast bezig in een discipline die alleen tot erotiserende oppervlakkigheid in staat is? Of die met glamourbeelden vooral de afgunst moet prikkelen om zo de kapitalistische consumptie aan te zwengelen (Ways of Seeing, John Berger)? 
Susie Linfield heeft m'n argwaan doen verdampen. Maar het heeft me een ware mentale hellevaart gekost langs enkele van de gruwzaamste inferno's uit onze recente wereldgeschiedenis: Stalins Lubyanka, Warschau, Lodz en Auschwitz, Pol Pots Tuol Sleng, Mao's Culturele Revolutie, Abu Ghraib, Rwanda,... Linfield bespreekt grondig de politieke betekenis van die gebeurtenissen, welke rol foto's - waaronder ook die genomen door de beulen - hebben gespeeld en hun mogelijke betekenis.
Haar opvatting verduidelijkt ze vooral in een directe confrontatie met het ergste van het ergste uit onze Europese geschiedenis. Het gaat om vier clandestiene foto's die in een langdurige en uiterst precies voorbereide geheime actie door Sonderkommandos in 1944 uit het concentratiekamp van Auschwitz zijn gesmokkeld. 
Dit was een gruwelijk systeem: de Sonderkommandos waren Joodse gevangenen die hun medegevangenen, meestal Joden, soms familieleden en kennissen, naar de gaskamers moesten brengen en daarna hun lijken moesten verbranden in de crematoria, of in openlucht als die laatste de aantallen niet konden verwerken. Sonderkommandos wisten dat ze na enkele weken of maanden zelf vergast zouden worden, een waar 'de profundis'...
De vier foto's tonen een grote hoop brandende naakte lijken. In 2001 werden ze in Parijs, samen met nog andere, tentoongesteld ('Mémoire des Camps'). Er is daarover toen in Frankrijk een zeer heftig debat gevoerd tussen verdedigers van de tentoonstelling en vooral linkse 'rejectionisten', volgens wie er over de Shoah alleen gezwegen kan worden en een leegte getoond. De foto's zouden getuigen van onverantwoordelijk estheticisme, fetisjistische perversie, voyeurisme. 
Linfield is, met anderen, integendeel van oordeel dat deze mannen in hun uiterste en radeloze uitzichtloosheid toch besloten om de stap naar de menselijkheid te zetten, actie te ondernemen, zichtbaar te worden, een schreeuw te laten horen opdat de beschaafde wereld de genocide zou zien. In de tandpasta-tube waarin de foto's naar buiten werden gesmokkeld, zat een briefje: 'stuur ons zo vlug mogelijk een nieuwe film'.


Foto's kunnen weinig verklàren noch zelfs alles tonen, bijv. niet dat de mensenrechten wél worden geëerbiedigd. Maar ze kunnen er 'letterlijk' en onweerlegbaar van getuigen hoe groepen mensen in hun individuele, concrete lichamelijkheid worden geschonden - wat veel sterker aanspreekt dan cijfers of een rapport in een dossier. Mijn achting voor fotografen als Robert Capa, James Nachtwey, Gilles Peress (wier werk in het boek uitvoerig wordt besproken), en zoveel anderen, is alleen maar gegroeid. 
Fotografie kan meerzinnig zinvol zijn, humaan zijn, zelfs van vitaal belang zijn. Maar zoals we al weten, wordt de kracht ervan ook dagelijks misbruikt...
Robert Capa: www.magnumphotos.com/robertcapa
James Nachtwey: www.jamesnachtwey.com