Posts tonen met het label Susan Sontag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Susan Sontag. Alle posts tonen

maandag 5 december 2011

Fotografie (7) - Linfield vs. Sontag

Susan Sontags oordeel over de fotografie moeten we ernstig nemen. Ze wijst overtuigend op de belangrijke beperkingen die het genre eigen zijn: een foto is een uitsnede uit de ruimte/tijd, die weinig of niets kan verklaren over moment of context ("strictly speaking one never understands anything from a photograph").
Op het vlak van de fotojournalistiek werd dit onlangs nog eens geïllustreerd door een oproep van Prof. Van Goethem, curator van het Joods Museum te Mechelen (Dossinkazerne), tot het brede publiek. Hij zocht meer informatie over de locatie van een foto: een groep mensen wachtend op straat voor een ijzeren hek. Zonder de vermelding op de achterkant ('Départ des Juifs, 8/8/1942') had men met moeite kunnen achterhalen wat hij voorstelt. Prof. Van Goethem is al maanden bezig met de verdere interpretatie ervan: het gaat blijkbaar om een van de eerste drie transporten van Joden vanuit Mechelen naar Auchwitz-Birkenau, toen ze zich op bevel 'vrijwillig' moesten melden bij de bezetter voor verplichte 'arbeid in het Oosten'. Daarom zien de mensen op de foto er ernstig maar rustig uit. Prof. Van Goethem wijst erop hoe belangrijk die historische context is om de foto juist te interpreteren. Er zonder zou hij zelfs misbruikt kunnen worden om de werkelijke toedracht doelbewust te verhullen of verkeerd voor te stellen.
Terug naar Sontag. Niet haar kritische kijk op de fotografie is het probleem - wel dat die leidt tot extreme conclusies. Susie Linfield wrijft Sontag aan dat ze de fotografie als de volgens haar bij uitstek beperkte en misleidende kunstvorm afweegt tegen de kracht en het vermogen van het impliciet geïdealiseerde complete woord (filosofie, literatuur, menswetenschappen,...), dat nooit tekort zou schieten. 
Linfield illustreert met de Abu Ghraib-foto's van de folterpraktijken van het Amerikaanse leger in Irak, dat zowel de (geënsceneerde) foto's als de getuigenissen van mededaders en ooggetuigen onbetrouwbaar bleken. Niet enkel de foto's waren misleidend, maar de taal, het woord faalde eveneens. Ook de taal is vaak ontoereikend - een instrument van beperkte mensen.
Maar het waren wel de foto's die het schandaal deden losbarsten: intuïtief schokten ze miljoenen mensen in de wereld, vervulden ze met walging (ook al bleken ze - weliswaar vernederende - ensceneringen te zijn)... iets wat een schriftelijk rapport over de folterpraktijken nooit had gekund: mensen reageren emotioneel als ze in een 'sprekende' foto een 'oculair bewijs' menen te zien. Wel moet onze intuïtieve reactie steeds getoetst worden aan een kritische kijk-ethiek.
'Oculair bewijs': Linfield meldt dat de bekende Tsjechische fotograaf Josef Koudelka tegenwoordig met z'n in 1968 genomen foto's van de Sovjetinvasie, naar Rusland trekt om de Russen na al die jaren ervan te overtuigen dat de zgn. 'sovjetbevrijding' toen voor de Tsjecho-Slovaken iets totaal anders betekende.

maandag 3 oktober 2011

Fotografie (5)

In het derde essay, 'The Heroism of Vision', filosofeert Susan Sontag in 'On Photography' over de stijlontwikkelingen in de fotografie en de wisselwerkingen met de andere beeldende kunsten.
In de eerste decennia van de vorige eeuw hadden de avant-gardisten nog een groots project: ze wilden een nieuwe manier van zien promoten: met een camera kon het Schone overal ontdekt en ontsloten worden, in het onooglijke, het banale, het microscopisch kleine, gewoon rondom ons, bijv. in het abstracte patroon van een koolblad, een knoestige boom of een machine. Als romantische kunstheld gelastte de fotograaf zich met een heroïsche didactische taak: ons 'zien' zuiveren, een nieuwe sensibiliteit voor, en sensoriële relatie met de wereld ontwikkelen. Sontag geeft aan hoe die heroïek samenging met een optimistische kijk op het moderne. 
Maar nu (in 1973) is het Schone, volgens haar, niet alleen 'opgebruikt' (alles is al eens gezien/getoond), de heroïsche taak is ook door het heersende pessimisme verpieterd tot een verwerpelijk soort gepopulariseerd surrealisme. Tegen de klassieke schoonheidscanon (de perfect afgedrukte mooi gecomponeerde foto) wordt geprotesteerd met toevallige snapshots, met het onaffe, het nonchalante, het onverzorgde, het wanordelijke - veelal in naam van de Waarheid, de ontmaskering van de wereld. De camera kan mild of wreed zijn - het resultaat is volgens Sontag telkens een vorm van esthetiek.
Maar ook op een dieper niveau wordt de fotografie gekenmerkt door paradoxen. Ze zou de hele wereld transformeren tot een warenhuis of een museum-zonder-muren, waar ieder onderwerp wordt gedevalueerd tot een verbruiksartikel, gepromoveerd als het wordt tot een item voor esthetische consumptie... En de inherent esthetiserende tendens van de foto tast elke mogelijke morele boodschap aan. Zo wordt de foto van de vermoorde Che Guevara ge-depolitiseerd door de mooie compositie, die bijv. doet denken aan Mantegna's dode Christus.
Deze ideeën reveleren m.i. belangrijke aspecten, maar in hun absoluutheid zijn ze heel uitdagend. Wat doe je ermee als amateurfotograaf? Toch niet je fototoestel weggooien?